Een paar dingen die echt moeilijk zijn in het Nederlands:

  1. Voor het verschil tussen de- en het-woorden (zelfstandige naamwoorden) zijn er weinig regels. Je moet de woorden mét hun lidwoord leren. Wat je wél weet: alle meervouden zijn de-woorden zijn en alle verkleinwoorden zijn het-woorden. De tafel – het tafeltje – de tafeltjes...
  2. De uitspraak van woorden als 'neus', 'huilen' en 'fijn' is lastig, omdat die klanken in veel andere talen niet voorkomen. Ook het verschil tussen lange en korte klanken, bijvoorbeeld   maan-man en rook-rok, is moeilijk. In de meeste talen houden de klinkers het midden tussen lang en kort en daardoor hoor je het verschil niet (goed).
  3. Voor de zinsbouw zijn heel veel mogelijkheden, maar dat maakt het ingewikkeld om vast te stellen welke woordvolgorde juist niet mogelijk is.
  4. Het Nederlands heeft heel veel woorden overgenomen uit het Latijn, Frans, Engels, Arabisch en Indonesisch (om er maar eens een paar te noemen). Daarom schrijf je *buro als bureau, *kwis als quiz, *kompjoeter als computer en *kecap als ketjap.