Een paar dingen die echt moeilijk zijn in het Nederlands:
- Voor het verschil tussen de- en het-woorden (zelfstandige naamwoorden) zijn er weinig regels. Je moet de woorden mét hun lidwoord leren. Wat je wél weet: alle meervouden zijn de-woorden zijn en alle verkleinwoorden zijn het-woorden. De tafel – het tafeltje – de tafeltjes...
- De uitspraak van woorden als 'neus', 'huilen' en 'fijn' is lastig, omdat die klanken in veel andere talen niet voorkomen. Ook het verschil tussen lange en korte klanken, bijvoorbeeld maan-man en rook-rok, is moeilijk. In de meeste talen houden de klinkers het midden tussen lang en kort en daardoor hoor je het verschil niet (goed).
- Voor de zinsbouw zijn heel veel mogelijkheden, maar dat maakt het ingewikkeld om vast te stellen welke woordvolgorde juist niet mogelijk is.
- Het Nederlands heeft heel veel woorden overgenomen uit het Latijn, Frans, Engels, Arabisch en Indonesisch (om er maar eens een paar te noemen). Daarom schrijf je *buro als bureau, *kwis als quiz, *kompjoeter als computer en *kecap als ketjap.